DE EIGEN ARCHITECTUUR

Een kerkgebouw heeft een eigen karakter, een eigen sfeer. De architectuur van een kerk tracht een ruimte te scheppen waarin je binnentreedt in wat het gewoon menselijke overstijgt. Dit gebouw heeft geen louter tijdelijke bestemming. Het werd opgetrokken om de religieuze dimensie van het leven een plaats te geven.
In de kerk krijgt de materie haar hoogste bestemming:

  • steen wordt altaar,
  • hout wordt kruisbeeld,
  • zand wordt glasraam,
  • metaal wordt kandelaar...
   
EEN ALTAAR

Het altaar staat centraal in het kerkgebouw, meestal in de vorm van een tafel. Het voornaamste gebed van de christenen is de viering van de Eucharistie rond het altaar. De gemeenschap herneemt de maaltijd die Jezus met zijn vrienden hield op de vooravond van zijn lijden en dood. Hij vroeg hen ditzelfde te doen tot zijn gedachtenis.
De Eucharistie wordt elke dag gevierd, vooral op de zondag, de dag van de verrijzenis van Jezus.
Tijdens de viering wordt op het altaar licht ontstoken, wat verwijst naar Jezus Christus, het " Licht van de wereld ".
Voor de liturgische hervorming door het Tweede Vaticaans Concilie stond het altaar achteraan in het koor. Dit wordt nu gebruikt als een "rustaltaar", omdat in het tabernakel, de centraal versierde kast, het Allerheiligste wordt bewaard.
Daarom brandt in de nabijheid de godslamp, een rood of wit olielampje.

   
HET KRUIS

Bij het altaar bevindt zich een kruisbeeld. Het herinnert de christenen aan het levensoffer van Jezus Christus tot uitboeting van het kwaad in de wereld. Door zich niet te verzetten tegen zijn lijden en dood toonde Jezus aan hoe de vergevingsgezindheid van God geen grenzen kent.

BEELDEN
SCHILDERIJEN
GLASRAMEN


Christenen hebben vanaf het begin voorstellingen gemaakt van figuren en verhalen uit de Bijbel en van heiligen. Die traditie ontstond om ongeletterden de inhoud van het geloof bij te brengen.
Sommige beelden nemen een bijzondere plaats in, zoals dit van Jezus, Maria, een plaatselijke heilige, of tijdens een bepaalde tijd, zoals een Kersttafereel in de Kersttijd. De voorgestelde heiligen door beelden en op de schilderijen en glasramen vormen een krans van de hemelse familieleden rond de vierende gemeenschap op aarde. Christenen blijven verbonden met hun heiligen. Zij verafgoden hen niet, maar bidden tot hen om hulp en voorspraak bij de Heer. Als getuigenis van hun vertrouwen blijft een kaarsje een tijdje branden.

   
MEUBILAIR

De voornaamste meubels in een kerk zijn de communiebank, de predikstoel, de biechtstoel, het orgel en het koorgestoelte.
Tot voor de liturgische hervorming sloot de communiebank het hoofdkoor af. De bank diende om aan de gelovigen toe te laten geknield de communie te ontvangen. Nu gebeurd dit staande, zodat de bank haar oorspronkelijke bedoeling heeft verloren.
De predikstoel kreeg zijn plaats in het midden van het kerkschip. De preek of homilie wordt nu gehouden aan de lezenaar in het koor, waar ook de lezingen uit de Schrift worden voorgelezen.
De biechtstoelen zijn gewoonlijk tegen de zijmuren van de kerkruimte opgesteld en dienen voor de private biecht. Dit was gedurende vele eeuwen de enige vorm om het boetesacrament te ontvangen. Nu houden vele parochies ook een biechtviering, waarbij de persoonlijke belijdenis buiten de biechtstoel gebeurt.
Het orgel, de koning van de instrumenten, is het best geschikt voor de begeleiding van de kerkzang en voor de kerkmuziek. Over het algemeen staat het orgel op het doksaal, de zangtribune achteraan in de kerkruimte.
In een kathedraal, de hoofdkerk van een bisdom waar de "cathedra", de zetel van de bisschop staat, in een abdijkerk en soms ook in andere kerken bezit het hoofdkoor een koorgestoelte. Daarin nemen de kanunniken of monniken plaats voor het zingen van het getijdengebed, een reeks psalmen en lezingen op bepaalde uren van de dag.
   
DE DOOPVONT

In de doopkapel staat de doopvont, het waterbekken, waar de kinderen uit een christelijk gezin of catechumenen, door het sacrament van het doopsel worden opgenomen in de christelijke gemeenschap. De doopkapel bevindt zich meestal achteraan in de kerk, omdat de gedoopte vandaar binnenkomt om deel te nemen aan de vieringen van de gemeenschap. Wanneer christenen een kerk binnenkomen, maken zij een kruisteken met het gewijde doopwater, ter herinnering aan hun doopsel.

HOMEPAGE