|
Snij prei, selderen ui in grove stukken en stoof ze kort in een klont boter. Voeg de mosselen
toe (overgiet eventueel met een scheut droge witte wijn) en kruid met peper en zout. Laat de
mosselen open komen, schep ze uit de pan en zeef het kooknat door. Haal de mosselen uit de
schelpen en voeg aan het beignetbeslag een scheut mosselnat en een scheutje frambozenazijn toe.
Snipper het witloof fijn en smoor het in boter gaar, maar niet te plat. Kruid met peper, zout en
muskaatnoot, glaceer met poedersuiker en hou warm. Bereid de sabayon door het frambozenbier te
laten inkoken met een scheut mosselnat en een achttal geplette frambozen. Klop vervolgens met de
eierdooiers op tot een luchtige sabayon. Dompel de uitgelekte mosselen in het beignetbeslag en
bak ze goudbruin in heet frituurvet. Laat ze uitlekken op keukenpapier. Schik een bedje van het
gesnipperd witloof in het midden van een warm bord en garneer rondom met de mosselbeignets.
Bedruip ze met een beetje frambozensabayon en leg tussen elke beignet een verse framboos.
Voorgerechten: winnende selectie, niet - professionelen. (Bernard Hubesch, 1030 Brussel) |
Design & Production by The Reference. © 1997 VGC |