Voor vier personen

1 Brusselse kip, 4 flinterdunne en ontzwoerde plakjes rookspek, 1 kg vers vetspek, 500 gr mager varkensvlees, 1 theelepel vierkruidenmengeling, 50 gr gefruite sjalot, 1 borrel cognac, 2 eieren, 1 dl verse room, peper, zout, 2 laurierblaadjes, 1 takje tijm, bardeerspek voor de terrine

Ontbeen de kip volledig of vraag de poelier het voor u te doen. Leg de kippenborsten apart. Maal in de vleesmolen of keukenrobot het overige kippenvlees fijn en voeg er vetspek, varkensvlees, sjalot, eieren, vierkruiden en cognac bij. Breng op smaak met peper en zout, roer de room erdoor en meng zorgvuldig tot een homogeen geheel. Bekleed een vuurvaste pasteipot met plakken bardeerspek. Het vetspek moet goed over de randen hangen om het achteraf over de pastei te kunnen vouwen. Schep een deel van het gemalen kippenvlees op de bodem van de pasteipot en schik in het midden de in dun rookspek gewikkelde kippenborsten. Schep daarop de rest van het gemalen kippenvlees, strijk mooi glad en bedek met de laurier en tijm. Vouw het vetspek over de pastei en laat 1 1/2 tot 2 uur bakken in een op 150°C voorverwarmde oven. Zet voor de verdamping een potje water in de oven. Neem de pastei uit de oven en bedek met een plankje waarop een gewicht om aan te drukken. Laat afkoelen en zet tot de volgende dag in de koelkast. Verwijder het gewicht en laat de pastei nog twee dagen rusten voor ze aan te snijden (de pastei wordt nog fijner als er gehakte truffel wordt toegevoegd!) Serveer met bruinbrood en een lekker glas gueuze of lambiek.

(Anne-Mie Moens-Bracke, 9310 Moorsel)


Design & Production by The Reference. © 1997 VGC