Voor vier personen

4 rogvleugels van 250 à 300 gr elk

Vulling:
80 gr sjalotten, 80 gr paddestoelen, 40 gr gerookte heilbot, 20 gr boter, vers gemalen peper

Garnituur:
4 kleine aardappelen, 4 bloemkoolroosjes, 12 fijne groen boontjes, 1 wortel, 2 preiwitten, 10 gr kervel, 20 gr boter

Saus:
50 gr sjalotten, tijm, laurier, 1 dl gueuze, 1 dl visfumet, 60 gr boter, enkele peperbolletjes

Stomen:
1 l visfumet, 2 sjalotten, 2 groene selderstengels, tijm, laurier

Fileer de rogvleugels. Pel voor de vulling de sjalotten, hak ze fijn en stoof gaar in boter met de gehakte paddestoelen (gewone champignons kan ook). Laat doorstoven, roer er de gehakte heilbot door en kruid met peper. Verdeel de vulling over de rogfilets en rol op tot een horentje. Schil de aardappelen en laat ze heel. Schraap de wortel, verdeel in vieren en geef een mooie vorm. Kook beide afzonderlijk gaar. Haal bovenaan een kapje van de aardappelen en hol ze uit met een koffielepel. Glaceer de wortelen in wat boter met eventueel een snuifje poedersuiker en schik ze in de aardappelen. Leg het kapje erop en hou warm. Stoof de gesnipperde prei gaar. Hak voor de saus de gepelde sjalotten fijn, overgiet met 2/3 van het bier en de fumet. Voeg tijm, laurier en peperbolletjes bij en laat voor de helft inkoken. Zeef door en kook op met de rest van het bier. Klop er met de garde ijskoude klontjes boter door. Giet onderaan in een stoompan de fumet met selder, sjalotten, tijm en laurier. Breng aan de kook, laat 10 minuten trekken en stoom daarop de roghorentjes gaar. Schik een bedje prei in het midden op de warme borden en het roghorentje erop. Giet de saus eromheen en garneer met kerveltakjes en de gevulde aardappel. Serveer meteen.


Design & Production by The Reference. © 1997 VGC