Voor vier personen

2 gebardeerde panklare parelhoentjes, 1/2 kg champignons, 2 wortelen, 2 uien, 100 gr boter, zout, peper, 2 dl verse room, een paar jeneverbessen, 2 eetlepels Luikse siroop, 4 dl Brusselse jenever

Verhit de boter in een grote kookpan met dikke bodem, leg het gevogelte erin en voeg er de gesnipperde uien en wortelen bij. Overgiet met jenever, maar hou een borrel apart. Voeg de jeneverbessen en peper en zout toe. Snij intussen de schoongemaakte champignons in plakjes en fruit ze aan in boter. Voeg eventueel een scheut water toe om te voorkomen dat ze aanbranden. Verwijder het bardeerspek van de gare middendoor gesneden parelhoentjes, verdeel ze over de warme borden en hou warm onder alu - folie. Roer de braadbodem van het gevogelte los en roer de room erdoor met de siroop en de borrel jenever. Laat op hoog vuur indikken en meng er de uitgelekte champignons door. Overgiet de parelhoentjes met de romige saus en serveer met een luchtige aardappelpuree.

(Pauline Devos, 1090 Brussel)


Design & Production by The Reference. © 1997 VGC