|
Schud de bloem en zout in een kom, maak een kuiltje in het midden en giet daarin de in lauw water
losgeroerde gist. Bestrooi met een beetje bloem en laat 20 minuten rusten op een warme plek.
Voeg de suiker en lauwe melk toe en kneed zorgvuldig tot een homogeen deeg. Kneed de rozijnen
erdoor, rol tot een gladde bal en laat 10 minuten rijzen. Verdeel het deeg in balletjes ter
grootte van een klein ei. Breng licht gezouten water aan de kook in een grot pan. Dompel daarin
de deegballetjes die tijdens de kooktijd van 10/15 minuten in volume verdubbelen. Roer geregeld
om met een schuimspaan om aankleven te voorkomen. Schep ze met een schuimspaan uit de pan, laat
uitlekken en schik op warme borden. Bereid de saus door de bruine kandijsuiker in een
steelpannetje te laten smelten in wat water. Klop er op laag vuur met de garde roomboter door.
De saus moet dik vloeibaar zijn.
Overgiet de kneudele met de zoete botersaus en serveer meteen.
(Joséphine Demarto-Pollyn, 1020 Brussel) |
Design & Production by The Reference. © 1997 VGC |