Voor vier personen

400 gr kippefilet, 300 gr zilveruitjes, 4 grote witloofstronken, 200 gr rookspek in blokjes, 300 gr oesterzwammen, 5 grote vastkokende aardappelen (bv. Nicola of Florenville), 1 flesje gueuze (37,5 cl), 200 gr bosbessen, suiker, tijm, rozemarijn, peper, zout, muskaatnoot, 50 gr boter

Snij de kippefilets in blokjes en bak goudbruin in een klont boter. Voeg de spekblokjes en gepelde zilveruitjes toe en laat 5 minuten meefruiten. Voeg er de oesterzwammen (of tijdens het seizoen wilde paddestoelen uit het Zoniënwoud) bij en laat nog 5 minuten stoven. Overgiet met bier en breng op smaak met tijm, rozemarijn, peper en zout. Laat 30 minuten sudderen. Stoof het witloof in zijn geheel gaar in boter en een scheutje water of citroensap. Kruid met peper, zout, en muskaatnoot. Kook de gepelde en doormidden gesneden aardappelen gaar in zout water. Was de bosbessen en bestrooi ze met een beetje suiker. Laat ze tot moes stoven. Verdeel op warme borden de witloofstronken in tweemaal vijf lange repen. Vorm met die repen een vijfhoek aan de bordrand. Plaats tweemaal vijf halve aardappelen op de hoeken van de vijfhoek. Schep de kippeblokjes met gueuze in het midden van de vijfhoek. Overgiet de aardappelen met bosbessenmoes en serveer met gueuzebier.

(Nathalie Dyck & Peter Van Rompaey, 1030 & 1050 Brussel)


Design & Production by The Reference. © 1997 VGC