|
Snij de kippefilets in blokjes en bak goudbruin in een klont boter. Voeg de spekblokjes en
gepelde zilveruitjes toe en laat 5 minuten meefruiten. Voeg er de oesterzwammen (of tijdens het
seizoen wilde paddestoelen uit het Zoniënwoud) bij en laat nog 5 minuten stoven. Overgiet met
bier en breng op smaak met tijm, rozemarijn, peper en zout. Laat 30 minuten sudderen. Stoof het
witloof in zijn geheel gaar in boter en een scheutje water of citroensap. Kruid met peper, zout,
en muskaatnoot. Kook de gepelde en doormidden gesneden aardappelen gaar in zout water.
Was de bosbessen en bestrooi ze met een beetje suiker. Laat ze tot moes stoven.
Verdeel op warme borden de witloofstronken in tweemaal vijf lange repen. Vorm met die repen een
vijfhoek aan de bordrand. Plaats tweemaal vijf halve aardappelen op de hoeken van de vijfhoek.
Schep de kippeblokjes met gueuze in het midden van de vijfhoek. Overgiet de aardappelen met
bosbessenmoes en serveer met gueuzebier.
(Nathalie Dyck & Peter Van Rompaey, 1030 & 1050 Brussel) |
Design & Production by The Reference. © 1997 VGC |