[ terug naar startpagina ] [ terug ] [ verder ]

DE GESCHIEDENIS VAN BRUSSEL

8. DE FRANSE OVERHEERSING
(1792 - 1794 - 1815)

(Napoleon als eerste consul, 1804 Charles Meynier - Stadhuis Brussel)

Enkele jaren na de Franse Revolutie probeerde Frankrijk de Oostenrijkse Nederlanden in te palmen. Dit gebeurde een eerste keer in 1792. Op 6 november van dat jaar versloeg het Franse leger de Oostenrijkers in Jemappes. Brussel werd ingenomen, een vrijheidsboom werd op de Grote Markt geplant en verschillende symbolen van het 'ancien régime' werden vernield (bv. de standbeelden van de hertogen van Brabant op de Grote Markt, het standbeeld van Karel van Lotharingen op het Koningsplein, enz.).

De Oostenrijkers slaagden er op 16 maart 1793 opnieuw in om de Oostenrijkse Nederlanden in te nemen en op 23 april 1794 legde keizer Frans II de eed af als hertog van Brabant. Op 26 juni 1794 echter werd het Oostenrijkse leger opnieuw verslagen in de slag van Fleurus waarmee een definitief einde kwam aan de Oostenrijkse periode.

Terwijl de eerste Franse bezetting nog kon doorgaan als een bevrijding van het juk van de absolute monarchie en de overblijfselen van het feodalisme, bleek al vrij vlug tijdens de tweede bezetting in 1794 dat de Zuidelijke Nederlanden opgeslorpt werden in een totalitaire terreurstaat. Het Franse leger krijgt de opdracht om het land zoveel mogelijk leeg te plunderen en alle waardevolle kunstschatten naar Parijs te brengen. Ook Brussel wordt op deze manier geplunderd hetgeen natuurlijk op verzet van de bevolking stuit. Het antwoord van de bezetters is de terreur. Onwillige geestelijken en edellieden worden opgepakt of naar de guillotine gebracht. In september 1794 wordt het Nederlands afgeschaft als bestuurlijke taal. Op 31 augustus 1795 wordt Brussel gedegradeerd tot hoofdplaats van het 'Département de la Dyle'. Charles Lambrechts en Nikolaas-Jan Rouppe, beiden Hollanders die voorstander waren van de Franse versie van de verlichting, regeren over Brussel als departementscommissaris. Met veel ijver proberen zij zoveel mogelijk uiterlijke symbolen van het ancien régime uit Brussel te verwijderen. De Sint-Gorikskerk wordt afgebroken, de bevolking moet een cocarde dragen met de Franse driekleur, de straten krijgen nieuwe franstalige namen die beter passen bij de geest van de revolutie, enz... Toen ook nog de dwangmilitie werd ingevoerd, komt het tot een algemeen verzet. In de nederlandstalige landsgedeelten brak als reactie hierop de 'Boerenkrijg' uit. Brussel bevond zich een tijd lang in staat van beleg. Tegen het einde van de 18e eeuw was de bevolking van Brussel teruggelopen van 74.000 in 1792 tot 66.000 in 1799.

De machtsovername en de restauratie van Napoleon Bonaparte brachten na de terreur van de voorgaande jaren weer een betrekkelijke orde en rust. Napoleon bezocht Brussel als eerste consul op 21 juli 1803 en een tweede maal in 1804 om als keizer te worden ingehuldigd. De nieuwe keizer verleende aan Brussel een 'académie' die in 1807 werd aangevuld met een 'école de droit' en in 1810 met een 'faculté des lettres'. Deze académie verving eigenlijk de vroegere universiteit van Leuven die onder de terreur afgeschaft was. Deze academische opleiding was bedoeld voor de kinderen van de hogere standen en leidde tot een verfransing van de Brusselse bovenlaag, aangezien het Nederlands nog altijd bij wet verboden bleef.

Na de mislukte veldtocht in Rusland, einde 1813, kwam er vrij snel een einde aan de Franse overheersing. De Fransen verlieten Brussel en de Zuidelijke Nederlanden in 1814. Het officiële einde kwam op 18 juni 1815 met de Slag van Waterloo. Op de vooravond van de slag vond er op initiatief van de Hertog van Wellington een groot bal plaats voor de aristocratie. De Brusselaars zelf maakten zich op om te vluchten uit angst dat de stad zou worden aangevallen door de Franse troepen. Op de avond van de 18e juni kwam een boodschapper via de Charleroisesteenweg de overwinning van de geallieerden op Napoleon melden.

© 1997 - Daniel Suy