[ terug naar startpagina ] [ terug ] [ verder ]

DE GESCHIEDENIS VAN BRUSSEL

4. DE HABSBURGERS EN KAREL V
(1482 - 1555)

In 1482 overleed Maria van Bourgondië te Brugge na een val van haar paard. De regering werd overgenomen door haar gemaal Maximiliaan van Oostenrijk die regeerde als voogd namens hun minderjarige zoon Filips de Schone (1478-1506). Deze huwde op veertienjarige leeftijd met Johanna van Castilië, maar overleed al vrij jong in 1506. Na de dood van Filips de Schone regeerde zijn zuster Margaretha van Oostenrijk als landvoogdes over de Nederlanden tot de meerderjarigheid van Karel V (1500-1558). De Habsburgse periode betekende voor Brussel heel veel. Tijdens deze regeerperiode werd de stad de feitelijke hoofdstad van de Nederlanden.

(Maximiliaan van Oostenrijk en zijn familie)

Onder Margaretha van Oostenrijk zag de toekomst voor Brussel er echter niet zo rooskleurig uit. Margaretha verkoos namelijk Mechelen boven Brussel, waarschijnlijk omdat de Brusselaars zich vijandig getoond hadden tegenover haar vader Maximiliaan. Het Bourgondisch-Habsburgs Hof bevond zich tussen 1500 en 1531 in de stad aan de Dijle hoewel Brussel kosten noch moeite spaarde om het Hof op de Koudenberg om te bouwen tot één van de meest luxueuze vorstelijke residenties in Europa. Na haar dood werd Margaretha opgevolgd als landvoogdes door de zuster van Karel V, Maria van Hongarije ( 1505 - 1558). Maria verkoos Brussel als residentie en vanaf 1532 werd de Zennestad weer het centrum van pracht en praal. De ontploffing in 1546 van het kruitmagazijn had trouwens de halve stad Mechelen in een ruïne veranderd. Door de aanwezigheid van het Hof kwamen vele rijke kooplieden, ambassadeurs, kunstenaars en adellijke families zich opnieuw in Brussel vestigen wat natuurlijk een invloed had op het ontstaan van een industrie in luxeprodukten zoals wandtapijten en schilderijen. Belangrijke Brusselaars uit deze periode waren: Andreas Vesalius, lijfarts van Karel V en Filips II, alsook Barent van Orley, de stadsschilder. Tijdens deze periode ontstond ook de eerste internationale postdienst, opgericht door de familie van Thurn und Taxis. Deze postdienst verzorgde de verbindingen tussen de ver van elkaar gelegen delen van het Habsburgse rijk.

Het Brusselse wandtapijt

In de 15e eeuw was de wandtapijtindustrie zo belangrijk geworden dat een apart ambacht ontstond. Vooral de aanwezigheid van de hertogen van Bourgondië deed deze luxe-industrie een hoge vlucht nemen. De Brusselse wandtapijten waren vervaardigd met uiterst waardevolle materialen zoals wol, zijde en goud-en zilverdraad. De voorstellingen op de tapijten werden ontworpen door belangrijke kunstenaars. Hun 'kartons' werden op de weefgetouwen omgezet in prachtige tapijten waarbij men de techniek van de lage schering toepaste. Men werkte op een horizontaal getouw en de kartons werden onder de kettingdraden geplaatst. Vooral de 16e eeuw was een hoogtepunt. De tapijten werden versierd met decoratieve elementen zoals bloemen en lofwerk en tevens liet zich de invloed van de Italiaanse renaissance gelden: de mens kreeg een meer dominerende plaats in het tapijt en het decor werd harmonischer en architecturaler. Het museum van het Broodhuis bezit een wandtapijt uit een reeks van vier die de legende van Onze Lieve Vrouw van de Zavel voorstellen, besteld door Frans van Taxis. De kartons van deze reeks worden toegeschreven aan Barent van Orley. De tapijtenreeks werd vervaardigd rond 1516-1518. Andere belangrijke tapijtencentra waren Atrecht, Doornik en Oudenaarde. De Brusselse tapijten kan men vaak herkennen door de aanwezigheid van de twee letters B (Brussel in Brabant), gescheiden door een schildje.

In het begin van zijn regering liet Karel V het vroegere 's Hertogenhuys op de grote markt heropbouwen in laat-gothische stijl met renaissance-invloeden. Het heette voortaan 's Coninxhuys (Maison du Roi) hoewel de Brusselaars het gebouw, zoals vroeger, het Broodhuis bleven noemen. Keizer Karel, die vaak weg was naar andere delen van het Habsburgse rijk, verbleef slechts met tussenpozen op de Koudenberg. Hoewel hij graag in Brussel verbleef, kon de Keizer het niet laten om zich met allerlei stedelijke materies te bemoeien. Dit resulteerde vaak in het meer en meer beknotten van de stedelijke vrijheden.

Belangrijk voor Brussel was de beslissing van Keizer Karel om de stad via de Rupel met de Antwerpse haven te verbinden door de bouw van een kanaal. Antwerpen had zich, na het verdwijnen van de haven van Brugge, ontwikkeld tot het economische en financiële hart van de Nederlanden. Brussel vervulde de rol van residentiële en administratieve hoofdstad. Tot 1550 was de Zenne de enige waterweg naar het noorden. Jammer genoeg voor de Brusselaars liep de Zenne door het gebied van de Mechelaars die nooit aarzelden om uit deze situatie geld te slaan door het heffen van tol. Na het zoveelste dispuut tussen Mechelen en Brussel over de doorvaart naar Antwerpen besliste Karel V in 1531 dat de Brusselaars een kanaal mochten bouwen tot aan de Rupel ('Van dat men 't water uyt der Schelden Brusselwaerts brengen sal deur een nieu gravinge'). De uitvoering liet lang op zich wachten maar uiteindelijk startten de werken aan het kanaal op 16 juni 1550 onder leiding van Burgemeester Locquenghien. Op 12 oktober 1561 werd deze indrukwekkende technische prestatie voltooid en beschikte de stad over een nieuwe moderne waterweg naar het belangrijke Antwerpen. ( Keizer Karel V, naar Titiaan, Prado Madrid)

Karel V deed op 25 oktober 1555 troonsafstand in het paleis op de Koudenberg. Zijn rijk werd verdeeld tussen zijn broer Ferdinand, die de Oostenrijkse gebieden kreeg, en zijn zoon Filips II (1527-1598) die de Spaanse bezittingen en de Nederlanden erfde. Hiermee werd de Spaanse periode ingeluid.

 

© 1997 - Daniel Suy